NODIG
100 g sokkenwol, 5 naalden zonder knop nummer 2,5-3 mm (of een rondbreinaald).
100 g sokkenwol, 5 naalden zonder knop nummer 2,5-3 mm (of een rondbreinaald).
BEGIN
Zet de 60 steken op
één naald en brei in boordsteek (1/1 of 2/2)
Verdeel na 2 rondes de steken over 4 naalden (15-15-15-15)
Verdeel na 2 rondes de steken over 4 naalden (15-15-15-15)
Naald 1 & 4 is de onderkant van de
sok
Naald 2 & 3 is de bovenkant van de sok en kan in motief worden gebreid
De toerwisseling valt tussen de 4e en 1e naald (herkenbaar aan het opzetdraadje tussen deze twee naalden)
De toerwisseling valt tussen de 4e en 1e naald (herkenbaar aan het opzetdraadje tussen deze twee naalden)
BEEN
Brei ongeveer 16
toeren boordsteek.
Brei daarna verder in motief tot de gewenste hoogte (ongeveer 20 cm).
Brei daarna verder in motief tot de gewenste hoogte (ongeveer 20 cm).
HIEL
Voor de hiel zijn er diverse mogelijkheden, zoals de Hollandse hiel en de Jo-Jo hiel.
Deze omschrijving gaat over de Hollandse hiel.
Voor de hiel zijn er diverse mogelijkheden, zoals de Hollandse hiel en de Jo-Jo hiel.
Deze omschrijving gaat over de Hollandse hiel.
GROTE HIEL:
De grote hiel bepaalt de hoogte van de hiel en wordt gebreid over de 4e en 1e naald (de naald vóór en ná de toerwisseling).
Vaak worden de eerste 3 steken van elke naald in ribbelpatroon gebreid. De ribbels vergemakkelijken het tellen. De steken van de naalden 2 en 3 doen even niet mee.
Brei over deze middelste 30 steken de 'versterkte hielwand'. Dat is een recht lapje van 28 toeren. Hierbij kunnen de 3 buitenste steken in ribbelpatroon gebreid worden:
- 1e
naald: *1 steek recht, 1
steek recht afhalen.* Herhaal van * tot *.
- 2e
naald: alle steken averecht.
- 3e
naald: *1 steek recht
afhalen, 1 steek recht.* Herhaal van * tot *.
- 4e
naald: alle steken averecht.
Brei op deze wijze 28 naalden = 14 ribbeltjes van 3 rechte
steken (of het aantal naalden dat is aangegeven in de matentabel).
KLEINE HIEL:
De kleine hiel zorgt ervoor dat de hiel “de hoek omgaat” en de hiel omsluit. U breit steeds aan de zijkanten twee steken samen, waardoor deze hoek ontstaat.
De kleine hiel gaat over 30 steken. Deze wordt in drieën gedeeld: 10 - 10 - 10.
In de eerste heengaande naald recht breien tot de laatste steek van het middelste deel.
KLEINE HIEL:
De kleine hiel zorgt ervoor dat de hiel “de hoek omgaat” en de hiel omsluit. U breit steeds aan de zijkanten twee steken samen, waardoor deze hoek ontstaat.
De kleine hiel gaat over 30 steken. Deze wordt in drieën gedeeld: 10 - 10 - 10.
In de eerste heengaande naald recht breien tot de laatste steek van het middelste deel.
- De laatste steek van het
middelste recht afhalen en de 1e steek van het zijdeel recht
breien; de afgehaalde steek overhalen.
- Het werk keren.
- De 1e steek averecht
afhalen en de steken van het middelste deel averecht breien tot
de laatste steek; deze laatste steek met de 1e steek van het zijdeel averecht
samenbreien.
- Het werk keren.
- De 1e steek averecht
afhalen en de steken van het middelste deel recht breien tot
de laatste steek.
Herhaal deze naalden tot alle steken van de zijdelen 'opgesnoept' zijn.
Alleen de 10 steken van het middelste deel zijn nog over.
Als het goed is zijn er aan de zijkant van de hielflap 14 ribbeltjes (helft van het aantal naalden dat voor de hielflap gebreid is).
Als het goed is zijn er aan de zijkant van de hielflap 14 ribbeltjes (helft van het aantal naalden dat voor de hielflap gebreid is).
Verdeel eerst de 10 steken van de hiel over 2 naalden - 2 x
5 (dit waren oorspronkelijk de 4e en 1e naald) en brei als volgt:
- De 5 steken van de hiel recht
breien.
- Langs de hielrand 14 steken
opnemen uit elke 2e naald (=1 ribbeltje).
- Een extra steek recht gedraaid
opnemen uit het dwarsdraadje tussen de hielrand en het been, waardoor er
nu 15 steken erbij opgezet zijn.
- De stilgelegde steken van de 2e
en 3e naald in basispatroon breien.
- Met de 4e naald uit de tweede
hielrand eveneens 15 steken als beschreven opnemen en de overige 5 steken
recht breien.
SPIE
Op de 1e en 4e naald bevinden zich nu 5 steken meer dan aan het begin van de hiel. Deze steken worden in de spie weer geminderd in iedere 3e toer:
Op de 1e en 4e naald bevinden zich nu 5 steken meer dan aan het begin van de hiel. Deze steken worden in de spie weer geminderd in iedere 3e toer:
- over de 1e naald de 2 voorlaatste steken recht samenbreien en
de laatste steek recht breien.
- over de 4e naald de 1e steek recht breien, 1 overhaling (= de 2e steek
recht afhalen, de 3e steek recht breien en de afgehaalde steek overhalen).
Deze minderingen elke 3e toer herhalen tot op alle 4
naalden weer het oorspronkelijke aantal steken staat ( 4 x 15).
Brei nu verder in het rond tot een totale voetlengte van 18 cm.
TEEN
Brei nu verder in het rond tot een totale voetlengte van 18 cm.
TEEN
Meet de onderkant van je eigen voet (23 cm). Trek daar 5 cm vanaf en dat is
het aantal cm waar je stopt met breien aan het voetgedeelte (18 cm).
Dus na 18 cm vanaf de hiel met de teen beginnen (alle
steken recht breien, geen motief
meer):
- 1e & 4e naald: brei tot
je drie steken overhebt, brei 2 steken recht tezamen, 1 steek recht
- 2e & 3e naald: 1 steek recht,
1 overhaling (steek afhalen, de volgende steek breien daarna de afgehaalde
steek over de gebreide steek halen), brei de rest van de naald recht.
Per toer worden dus 4 steken geminderd.
Herhaal deze toeren tot je 5 steken op elke naald over hebt (dus 20 in
totaal).
AFWERKING
De steken sluiten door:
- een
draad door de steken te halen en werk af;
- de
steken aan elkaar te mazen;
- af te werken met de zogenaamde Kitchener Steek:
Kitchener
Steek
Zorg dat op
beide naalden evenveel steken staan. Leg ze tegen elkaar zodat je een voorste
en een achterste naald hebt.
Doe de
draad in een maasnaald en volg onderstaande stappen:
·
Haal
naald en draad door de 1e steek van de voorste naald alsof je recht breit en
haal de steek af.
·
Haal
naald en draad door de volgende steek van dezelfde naald alsof je averecht
breit, maar laat de steek op de naald staan.
·
Haal
naald en draad door de 1e steek van de achterste naald alsof je averecht
breit en haal de steek af.
·
Haal
naald en draad door de volgende steek van dezelfde naald alsof je recht breit,
maar laat de steek op de naald staan.
Herhaal
deze vier handelingen tot alle steken zijn verwerkt en hecht de draad af.
Zorg dat op
beide naalden evenveel steken staan. Leg ze tegen elkaar zodat je een voorste
en een achterste naald hebt.
Doe de
draad in een maasnaald en volg onderstaande stappen:
·
Haal
naald en draad door de 1e steek van de voorste naald alsof je recht breit en
haal de steek af.
·
Haal
naald en draad door de volgende steek van dezelfde naald alsof je averecht
breit, maar laat de steek op de naald staan.
·
Haal
naald en draad door de 1e steek van de achterste naald alsof je averecht
breit en haal de steek af.
·
Haal
naald en draad door de volgende steek van dezelfde naald alsof je recht breit,
maar laat de steek op de naald staan.
Herhaal
deze vier handelingen tot alle steken zijn verwerkt en hecht de draad af.

