
Patroon:
Maten in cm:
62 = 2 bollen
68 = 2 bollen
74 = 3 bollen
Breinaalden nr. 2 en 3.
Haaknaald nr. 3.
4 kleine knoopjes.
Steekverhouding: In tricotsteek gebreid met nld. nr. 3 komen 25 st. op 10 cm.
Het vestje wordt dwars gebreid van mouw naar mouw. Opzetten met nld. nr. 2
32 - 34 - 36 st.
Boord breien 1 r. 1 aver. voor alle maten 3 cm hoog.
Verder breien met nld. nr. 3.
1e pen: 5 st. recht, uit de volgende st. steeds 2 st. breien, de laatste 5 st. recht.
54 - 58 - 62 st.
De teruggaande pennen aver. breien, de volgende heengaande pennen recht.
54 - 58 - 62 st.
De teruggaande pennen aver. breien, de volgende heengaande pennen recht.
Als het werk 10 cm hoog is, aan beide kanten 1 st. meerderen, 2 st. van de kant af. Deze meerderingen na 3 cm herhalen.
Nu elke 1 cm aan beide kanten meerderen
2x - 3x - 4x
Nu elke 1 cm aan beide kanten meerderen
2x - 3x - 4x
Daarna aan het begin van de volgende pennen, aan beide kanten 2x2 en 1x3 st. erbij opzetten voor alle maten.
Men heeft nu
76 - 82 - 88 st.
76 - 82 - 88 st.
Over deze steken
7 - 7 - 8 cm breien.
7 - 7 - 8 cm breien.
Nu voor het voorpand over de eerste
38 - 41 - 44 st. breien,
omkeren, 2 st. afkanten, aver. terugbreien.
1 pen recht breien, omkeren, 1 st. afkanten, aver. terugbreien.
38 - 41 - 44 st. breien,
omkeren, 2 st. afkanten, aver. terugbreien.
1 pen recht breien, omkeren, 1 st. afkanten, aver. terugbreien.
Zo verder breien voor het voorpand en afwisselend aan de kant van de splitsing 1x2 en 1x1 st. afkanten tot alle steken verwerkt zijn.
Voor het 2e voorpand 2 st. opzetten: Recht heen breien, 1 st. erbij opzetten, aver. terug-breien.
Voor het 2e voorpand 2 st. opzetten: Recht heen breien, 1 st. erbij opzetten, aver. terug-breien.
Aan het eind van de volgende rechte pen 2 st. erbij opzetten.
Zo afwisselend steeds 1x1 - 1x2 st. aan het eind van de rechte pennen erbij opzetten tot er
38 - 41 - 44 st. zijn.
38 - 41 - 44 st. zijn.
De steken van het voorpand nu niet meer breien. Over de
38 - 41 - 44 st.
waar, na de splitsing, niet over gebreid is, nu voor de rughals
10½- 11- 11½ cm breien.
38 - 41 - 44 st.
waar, na de splitsing, niet over gebreid is, nu voor de rughals
10½- 11- 11½ cm breien.
Daarna verder breien over de steken van het 2e voorpand en de steken van het rugpand.
7 - 7½ - 8cm.
Aan het begin van de volgende pennen aan beide kanten, en voor alle maten 1x3 - 2x2 - 1x1 st. afkanten.
7 - 7½ - 8cm.
Aan het begin van de volgende pennen aan beide kanten, en voor alle maten 1x3 - 2x2 - 1x1 st. afkanten.
Daarna elke 1 cm aan beide kanten 2 st. vanaf de kant 1 st. minderen
2x - 3x - 4x.
2x - 3x - 4x.
3 cm breien, aan beide kanten nog 1x1 st. minderen.
Breien tot het 2e mouwtje gelijk is aan het eerste mouwtje. In de laatste pen 5 st. breien, de gehele pen 2 st. samenbreien, de laatste 5 st. breien. Over de
32 - 34 - 36 st.
3 cm boord breien met nld. nr. 2½ in 1 r. - 1 aver. Afkanten in 1 r. - 1 aver.
AFWERKING.
32 - 34 - 36 st.
3 cm boord breien met nld. nr. 2½ in 1 r. - 1 aver. Afkanten in 1 r. - 1 aver.
AFWERKING.
Mouwen en de bijopgezette steken sluiten met matrassteek. Met nld. nr. 2½ langs de gehele onderkant de steken breiend opnemen. Steeds van elke 4 gebreide st. 3 st. opnemen.
Boord breien 1 r. – 1 aver. 3½ cm hoog. Afkanten in 1 r.- 1 aver.
Met de haaknld. nr. 3 op de goede kant van het werk:
Eindigen met 1 toer kreeftensteek d.i. vasten haken op de goede kant van het werk echter achteruit haken van links naar rechts.
Bij de zijnaad van het rugpand op de goede kant 2 knoopjes aanzetten.
De andere 2 knoopjes voor de ondersluiting aan de zijnaad, binnenkant van het voorpand naaien.
Boord breien 1 r. – 1 aver. 3½ cm hoog. Afkanten in 1 r.- 1 aver.
Met de haaknld. nr. 3 op de goede kant van het werk:
- Langs de schuine kant van het voorpand - rughals - schuine kant 2e voorpand 1 toer vasten haken.
- Langs de boordsteken elke 2 pennen 1 vaste haken
- Langs de schuine kant van het voorpand op elke st. 1 vaste haken.
- Langs de rughals elke 2 pennen 1 vaste haken
- 2e voorpand als langs eerste voorpand. Omkeren.
- 1 losse - op de laatste vaste van de vorige toer 1 vaste haken
- 2 lossen en 2 vasten van de vorige toer overslaan
- Op de volgende 2 vasten elk 1 vaste haken,
- 2 lossen en 2 vasten van de vorige toer overslaan,
- Toer in vasten uithaken,
- Aan het eind van de toer weer 2 knooplusjes haken als aan het begin van het eerste pand.
Eindigen met 1 toer kreeftensteek d.i. vasten haken op de goede kant van het werk echter achteruit haken van links naar rechts.
Bij de zijnaad van het rugpand op de goede kant 2 knoopjes aanzetten.
De andere 2 knoopjes voor de ondersluiting aan de zijnaad, binnenkant van het voorpand naaien.

