donderdag 9 april 2020

Sokken op een rondbreinaald

https://margerey.blogspot.nl/

Het is alweer een tijdje geleden dat ik dit boekje heb gekocht:


Omdat ik de beschrijving af en toe nogal onduidelijk vond, kwam ik er niet uit. Na veel gestoei met draden en onwillige rondbreinaalden heb ik het maar even weggelegd.
Maar na het zien van Kelley's Sock Class heb ik het weer opgepakt en nu begreep ik het wel ... samen met mijn patroon voor sokken moet het lukken!

En in dit boekje staan heel leuke patronen:



NODIG
100 g sokkenwol, een rondbreinaald nummer 2,5-3 en 4 hulpnaalden zonder knop.

BEGIN
Zet de 60 steken op één naald.
Verdeel daarna de steken over de 2 naalden van de rondbreinaald (= 30 steken per naald) volgens de Magic Loop methode:











BEEN
Brei ongeveer 16 toeren boordsteek.
Brei daarna verder in motief tot de gewenste hoogte (ongeveer 20 cm).

HIEL
Voor de hiel zijn er diverse mogelijkheden, zoals
  1. de Hollandse hiel.
  2. de Jo-jo hiel.
Beide manieren worden hier besproken, beginnend bij

1. DE HOLLANDSE HIEL

GROTE HIEL:
De grote hiel bepaalt de hoogte van de hiel en wordt gebreid over de helft van het aantal steken, de zool.
Vaak worden de eerste 3 steken van de Grote Hiel in ribbelsteek gebreid. De ribbels vergemakkelijken het tellen. De steken van de bovenvoet, de voorkant, doen even niet mee.

Brei over deze middelste 30 steken de 'versterkte hielwand'. Dat is een recht lapje van 28 toeren. Hierbij kunnen de 3 buitenste steken in ribbelsteek gebreid worden:
  • 1e naald: *1 steek recht, 1 steek recht afhalen.* Herhaal van * tot *.
  • 2e naald: alle steken averecht.
  • 3e naald: *1 steek recht afhalen, 1 steek recht.* Herhaal van * tot *.
  • 4e naald: alle steken averecht.

Brei op deze wijze 28 naalden = 14 ribbeltjes van 3 rechte steken (of het aantal naalden dat is aangegeven in de matentabel).

KLEINE HIEL:
De Kleine Hiel wordt bij het breien van twee sokken tegelijk op een rondbreinaald
voor iedere sok apart gebreid!

De kleine hiel zorgt ervoor dat de hiel “de hoek omgaat” en de hiel omsluit. U breit steeds aan de zijkanten twee steken samen, waardoor deze hoek ontstaat.
De kleine hiel gaat over 30 steken. Deze wordt in drieën gedeeld: 10-10-10.
  • In de eerste heengaande naald de steken recht breien * en daarbij de 19e steek recht afhalen en de 20e steek recht breien en de afgehaalde steek overhalen. Het werk keren.
  • De 1e steek averecht afhalen en de steken averecht breien en daarbij de 9e steek met de 10e steek averecht samenbreien. Het werk keren.
  • De 1e steek averecht afhalen en de steken van de 2e hulpnaald (= middelste) recht breien *
Herhaal het blauwe gedeelte (van * tot *) tot alleen de 10 steken van het middelste deel nog over zijn. Je breit dus iedere ronde de steek vóór het 'gaatje' (= keerpunt vorige toer) samen met de steek ná het 'gaatje' en bij het volgende 'gaatje' maak je een overhaling: je haalt de steek ervoor af en je breit de steek na het gaatje.
Bij samenbreien 'hangt' de steek naar rechts /
Bij een overhaling 'hangt' de steek naar links \

Brei hierna ook de kleine hiel van de 2e sok.

Als het goed is zijn er aan de zijkant van de hielflap 14 ribbeltjes (helft van het aantal naalden dat voor de  hielflap gebreid is).

Brei nu over de 10 overgebleven steken van de hiel en zet een steekmarkeerder tussen de 5e en 6e steek: dit geeft het begin en einde van de hiel aan.
  1. De 5 steken van de hiel recht breien.
  2. Langs de hielrand 14 steken opnemen uit elke 2e naald (=1 ribbeltje).
  3. Een extra steek recht gedraaid opnemen uit het dwarsdraadje tussen de hielrand en het been, waardoor er nu 15 steken erbij opgezet zijn.
  4. Brei over de 30 steken van de bovenvoet.
  5. Brei over de 30 steken van de volgende bovenvoet.
  6. Brei een extra steek recht gedraaid opnemen uit het dwarsdraadje tussen de bovenvoet en de hielrand en neem langs de hielrand 14 steken op uit elke 2e naald (=1 ribbeltje).
  7. Brei nu de 5 steken van de hiel en aansluitend de andere 14 steken van de hielrand recht.
  8. Neem langs de hielrand van de 2e sok 14 steken op uit elke 2e naald (=1 ribbeltje).
We zijn nu weer terug bij de 2e hiel. Brei nu verder tot de steekmarkeerder van de volgende sok.
Het breiwerk zier er nu zo uit:


SPIE
Aan de onderkant (zool) bevinden zich nu meer steken dan aan het begin van de hiel. Deze steken worden in de spie weer geminderd: eerst 3 maal in iedere toer en daarna in iedere 3e toer tot op beide naalden weer het oorspronkelijke aantal steken staat (2 x 30).
Het mindere voor de spie gaat als volgt:
  • de 2 voorlaatste steken voor de bovenvoet recht samenbreien en de laatste steek recht breien.
  • de 1e steek de bovenvoet recht breien, 1 overhaling (= de 2e steek recht afhalen, de 3e steek recht breien en de afgehaalde steek overhalen).
  • brei 2 rondes over alle steken
Een heel duidelijke instructie van A tot Z voor het breien van een (enkele) sok op een rondbreinaald vanaf de boord met Hollandse hiel vind je HIER.

Zie verder onderaan voor de TEEN en de AFWERKING

2. DE JO-JO HIEL

Bij een totale hoogte van ongeveer 20 cm gaan we met de hiel beginnen.
De Jo-Jo hiel wordt uitsluitend gebreid over de onderkant (de zool).
De steken van de bovenvoet doen even niet mee.

We gaan nu over de 30 steken van de zool verkorte naalden met dubbele steken breien (zie hieronder).
De steken voor de hiel worden in drieën gedeeld over 3 hulpnaalden (10-10-10). Hierbij staat het aantal dubbele steken dat op de 1e naald gebreid wordt vóór de 1e schuine streep, het aantal dubbele steken dat op de 4e naald gebreid wordt nà de 2e schuine streep. De steken van het middelste deel (10) staan tussen de schuine strepen, over deze steken worden géén dubbele steken gebreid.

Dubbele steek:
Met de draad vóór het werk 1 steek averecht afhalen en de draad dan heel strak over de naald naar achter trekken, waardoor de afgehaalde steek dubbel op de naald komt te liggen.
Let op: als de draad niet strak genoeg aangetrokken wordt, ontstaat er naderhand een gaatje!

Verkorte naalden:

  • 1e naald (heengaand): alle 30 steken recht breien. Keren.
  • 2e naald (teruggaand): een dubbele steek breien: de steek averecht afhalen en de draad dan heel strak over de naald naar achter trekken, de draad naar voren halen en alle resterende steken van de naald averecht breien. Keren.
  • 3e naald: een dubbele steek breien: de steek recht afhalen en de draad van achter naar voren over de naald trekken, zodat je weer 2 steken ziet, de draad naar achter halen en  alle steken recht breien tot aan de laatste dubbele steek aan het einde van de naald (deze blijft dus ongebreid). Keren.
  • 4e naald: (= 2e naald) een dubbele steek breien: de steek averecht afhalen en de draad dan heel strak over de naald naar achter trekken, de draad naar voren halen en alle resterende steken van de naald averecht breien. Keren.
Deze 3e & 4e naald steeds herhalen tot beide zijkanten uit dubbele steken bestaan (de verdeling is 10-10-10).


Nu 2 toeren over de ALLE 60 steken breien: de hielsteken recht en de steken van de bovenvoet in het motief van het been breien. Hierbij in de 1e toer beide lussen van elke dubbele steek recht samenbreien.

Na deze 2 toeren de 30 steken van de zool weer over 3 naalden verdelen (10-10-10), de steken van de bovenvoet doen wederom niet mee (zet ze op de hulpnaald).

Nu gaan we de verkorte naalden met dubbele steken breien, maar nu in tegenovergestelde richting, van binnen naar buiten breien, dus over de middelste 10 steken van de 30 steken. Met deze 2e ronde gaat de hiel pas echt de hoek om:
  • 1e naald (heengaand): de 10 steken van het middelste deel recht breien. Keren.
  • 2e naald (teruggaand): een dubbele steek breien, de draad naar voren trekken en averecht breien t/m de laatste steek van dit middelste deel. Keren.
  • 3e naald: een dubbele steek breien, de draad achter het werk houden en recht breien tot aan de dubbele steek, de 2 lussen van deze steek recht samenbreien, de volgende steek recht breien. Keren.
  • 4e naald: een dubbele steek breien, de draad naar voren trekken en averecht breien tot de dubbele steek, de 2 lussen van deze steek averecht samenbreien, de volgende steek averecht breien. Keren.
Deze 3e & 4e naald herhalen tot beide zijkanten ‘op’ zijn.
Als het ware ‘snoep’ je van binnenuit telkens 1 steek in iedere toer van 10 steken aan de zijkanten

Na de laatste teruggaande naald in de volgende naald resp. aan het begin van de toer nog 1x een dubbele steek breien.

Hierna over ALLE steken verder breien in de rondte en hierbij in de 1e toer de 2 lussen van elke dubbele steek recht samenbreien. De steken van de bovenvoet in het motief van het been breien.

TEEN

Wanneer bij het 'passen' van de sok de kleine teen bedekt is, kan met de minderingen voor de teen worden begonnen (alle steken recht breien, geen motief meer).
De 'mindertoer' is zowel voor de onderkant als de bovenkant van de sok als volgt: 


1 steek recht, 1 overhaling (= haal 1 steek (ongebreid) recht af en brei de volgende steek recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek), brei recht tot je drie steken overhebt, brei 2 steken recht samen, 1 steek recht.

De volgorde van het breien van de teen is als volgt:
  • Na 1e 'mindertoer': brei 3 toeren recht.
  • Na 2e 'mindertoer': brei 2 toeren recht.
  • Na 3e 'mindertoer': brei 2 toeren recht.
  • Na 4e 'mindertoer': brei 1 toer recht.
  • Na 5e 'mindertoer': brei 1 toer recht.
  • Na 6e 'mindertoer': brei 1 toer recht.
Hierna in iedere toer minderen tot er nog 8 steken over zijn. 


AFWERKING

Er zijn meerdere manieren om de teen te sluiten. Ik geef de voorkeur aan de volgende wijze:
  • Zet de resterende steken op een afsluitbare naald en keer de sok binnenstebuiten (even priegelen).
  • Zet de steken weer terug op 2 naalden (2 x 4).
  • Brei nu met een 3e breinaald de voorste steken van beide naalden samen, zodat het 1 steek wordt op de rechternaald.
  • Brei nu weer de 2 steken van beide naalden samen en kant deze steken af.

Ga zo verder tot alle 4 steken zijn afgekant.


Maar... de overgebleven steken van de teen kun je ook sluiten door:

  • een draad door de steken te halen en werk de draad af;
  • de steken aan elkaar te mazen;
  • af te werken met de zogenaamde Kitchener Steek:
Zorg dat op beide naalden evenveel steken staan. Leg de naalden tegen elkaar zodat je een voorste en een achterste naald hebt.
Doe de draad in een maasnaald en volg onderstaande stappen.
  • Haal naald en draad door de 1ste steek van de voorste naald alsof je recht breit en haal de steek af.
  • Haal naald en draad door de volgende steek van dezelfde naald alsof je averecht breit, maar laat de steek op de naald staan.
  • Haal naald en draad door de 1ste steek van de achterste naald alsof je averecht breit en haal de steek af.
  • Haal naald en draad door de volgende steek van dezelfde naald alsof je recht breit, maar laat de steek op de naald staan.
Herhaal deze vier handelingen tot alle steken zijn verwerkt en hecht de draad af ... de sokken zijn klaar voor gebruik!! 
Een zeer duidelijk (Duitstalig) filmpje voor het breien van sokken met Hollandse hiel:



Een handig patroon voor sokken vind je hier.



SOKKEN MAATTABEL:

BREIPEN