Ik ben helemaal verliefd op de 10-Steken-Deken. Bij Ravelry vind je de Nederlandse beschrijving van de originele 10-Steken-Deken.
Je hebt slechts 10 steken op de naald en breit spiraalsgewijs rondom het midden en in iedere heengaande toer bevestig je aan de linkerkant het werk aan het midden. Klinkt ingewikkeld, maar dat is het absoluut niet.
Ook is het prettig vasthouden, want je hebt slechts 10 steken op de naald en je breiwerk hangt niet aan je naalden, maar rust op je schoot. Ik brei met naalden nr, 3,5 mm:

Ook heb ik een beter systeem ontwikkeld voor het opnemen van steken, na de eerste 'rondgang' op het begin gedeelte.
Na wat startproblemen ben ik eindelijk op gang en het resultaat staat mij wel aan ... heerlijk om 's-avonds op de bank aan te breien:

Dit is mijn patroon over 12 steken.
Zet 12 steken op met de haaknaald, want dan krijg je een mooie onderrand met een V, waar je straks makkelijker steken uit kan opnemen.
Zet hakend 1 steek minder op je breinaald dan je nodig hebt, dus 11 i.p.v. 12.:

Draad naar voren:

Zet de steek op je haaknaald nu erbij op je breinaald (dit is de 12e steek):

De onderrand van de opzet heeft zo een mooie V lijn:

Hang nu onderaan iedere steek (V) een steekmarkeerder (dat is handig wanneer je later aan die (zij)kant steken moet opnemen):

Brei nu verder in ribbels totdat je de gewenste lengte hebt bereikt. Hierna gaan we aan de eerste hoek beginnen.
De 1e helft van de hoek (minderen)
Werkwijze:
- 1 kantsteek (averecht afhalen voor een mooie V).
- brei 11 recht (10 recht, 9 recht, 8 recht, 7 recht, 6 recht, 5 recht, 4 recht, 3 recht, 2 recht, 1 recht).
- werkdraad voor het werk (alsof je averecht gaat breien).
- 1 averecht afhalen.
- werkdraad achter het werk (alsof je recht gaat breien).
- keer het werk.
- 1 averecht afhalen (eigenlijk zet je de zojuist afgehaalde steek weer ongebreid terug, maar nu omwikkeld met de werkdraad).
- werkdraad achter het werk en brei 11 recht (10 recht, 9 recht, 8 recht, 7 recht, 6 recht, 5 recht, 4 recht, 3 recht, 2 recht, 1 recht).
Op dit filmpje is goed te zien hoe dat gaat:
Je kunt goed zien welke steek je moet 'omwikkelen' (W&T): dat is de laatste steek die uit een 'ribbeltje' komt (zie rode pijl). De reeds omwikkelde steken (links daarvan) hebben dat niet en hebben ook wat meer ruimte tussen hen in:

Plaats nu ook een steekmarkeerder in de laatste steek van de laatste volledige ribbel (blauwe pijl hierboven en gele pijl hieronder).
Zodoende weet je straks precies waar de eerste steek van de zijkant, de rechte kant, begint. Dit is ook de steek waar je, na het maken van de hoek, je werk aan de zijkant bevestigt.
Als er nog 2 steken op de naald staan, dan (rechts) dan de eerste steek recht breien (en niet averecht afhalen!). Dus 1 recht en 1 W&T.
Als je hierna klaar bent met de minderingen, plaats dan in de laatste steek van de minderingen (groene pijl) ook een steekmarkeerder. Zo weet je straks precies waar de hoek(steek) is:

ALS JE AAN EEN HOEK BEGINT!
Het is echt een handig hulpmiddel en het scheelt je veel zoeken en tellen!
De 2e helft van de hoek (meerderen)
Werkwijze:
Je herhaal de vorige werkwijze, maar nu in omgekeerde volgorde, tot er weer 11 steken gebreid zijn. Ook hier wordt de werkdraad telkens om de volgende steek heen gewikkeld:
Je herhaal de vorige werkwijze, maar nu in omgekeerde volgorde, tot er weer 11 steken gebreid zijn. Ook hier wordt de werkdraad telkens om de volgende steek heen gewikkeld:
- 1 kantsteek (averecht afhalen voor een mooie V).
- brei 1 recht (2 recht, 3 recht, 4 recht, 5 recht, 6 recht, 7 recht, 8 recht, 9 recht, 10 recht, 11 recht).
- werkdraad voor het werk (alsof je averecht gaat breien).
- 1 averecht afhalen.
- werkdraad achter het werk (alsof je recht gaat breien).
- keer het werk.
- 1 averecht afhalen (eigenlijk zet je de zojuist afgehaalde steek weer ongebreid terug, maar nu omwikkeld met de werkdraad).
- werkdraad achter het werk en brei 2 recht (3 recht, 4 recht, 5 recht, 6 recht, 7 recht, 8 recht, 9 recht, 10 recht, 11 recht).
Dit is de enige keer dat je 2 hoeken na elkaar breit. Zie onderstaand schema:

Grijze vlak
|
=
|
het begin (vierkant of rechthoek)
|
Roze vlak
|
=
|
1e helft van een hoek (met minderingen)
|
Groene vlak
|
=
|
2e helft van een hoek (met meerderingen)
|
Blauwe vlak
|
=
|
is een recht stuk, waarbij het werk per
toer aan de linkerkant bevestigd wordt aan het middengedeelte
|
Het bevestigen aan de (linker) zijkant
We gaan nu de volgende hoek breien. Vergeet niet als je klaar bent met de minderingen van de hoek in de laatste steek (rechts) een steekmarkeerder te plaatsen (zie groene pijl boven) om zo de hoeksteek te markeren.
Na deze 3e hoek wordt het werk al breiend bevestigd aan de opzetrij. In elke steek zit een steekmarkeerder, die bij de aanvang is geplaatst. Door die steekmarkeerders is nu duidelijk te zien waar de steek is waar het werk aan verbonden moet worden.
In de laatste heengaande toer vóór de hoek, bevestig je de laatste steek met de eerste van de opzetrij (waar een steekmarkeerder aan hangt).
Zet deze steekmarkeerder weer terug in die eerste steek, tenminste, als je hem had verwijderd om deze steek te breien (zie zwarte pijl):

Als het lastig is een steek te halen uit de opzetsteek, dan kan je die steek ook ophalen met een haaknaald, maar dat is eigenlijk niet nodig, want die steekmarkeerders maken de opening wat groter en zodoende makkelijk toegankelijk.
Hierna bevestig je het werk toer voor toer aan een steek met een steekmarkeerder:
Na deze 3e hoek wordt het werk al breiend bevestigd aan de opzetrij. In elke steek zit een steekmarkeerder, die bij de aanvang is geplaatst. Door die steekmarkeerders is nu duidelijk te zien waar de steek is waar het werk aan verbonden moet worden.
In de laatste heengaande toer vóór de hoek, bevestig je de laatste steek met de eerste van de opzetrij (waar een steekmarkeerder aan hangt).
Zet deze steekmarkeerder weer terug in die eerste steek, tenminste, als je hem had verwijderd om deze steek te breien (zie zwarte pijl):

Als het lastig is een steek te halen uit de opzetsteek, dan kan je die steek ook ophalen met een haaknaald, maar dat is eigenlijk niet nodig, want die steekmarkeerders maken de opening wat groter en zodoende makkelijk toegankelijk.
Hierna bevestig je het werk toer voor toer aan een steek met een steekmarkeerder:

Na deze bevestiging aan de opzet-rij kan met de 4e hoek worden begonnen.
Hierna blijf je aldoor hoeken breien en aan de linkerzijde bevestigen:
Hierna blijf je aldoor hoeken breien en aan de linkerzijde bevestigen:

In het kort:
- Haal de 1e steek altijd averecht af (behalve als er na de 1e helft van een hoek nog 2 steken op de naald staan, dan brij je die eerste steek recht).
- Zet altijd een steekmarkeerder in de hoe(steek (groene pijl).
- Zet een steekmarkeerder in de laatste ribbel-rij voordat je aan een hoek begint (blauwe pijl & gele pijl).
- W&T brei bij het meerderen t/m de steek voor de rode pijl.
- W&T brei bij het minderen t/m de steek na de rode pijl.
- W&T t/m de laatste steek op de naald.
- Hou je aantal steken op de naald in de gaten; tel ze regelmatig.
De 'kam of richel' aan de linker zijkant
Persoonlijk vind ik het niet mooi wanneer de kleur van de linkerkant, rechts van de 'kam of richel' zichtbaar is en ik vind de dubbele kam/richel veel te dik. Het lijkt wel of er twee rijen V's strijden om de eer:

Deze dikke dubbele kam/richel krijg je wanneer je het op de volgende wijze aan elkaar breit:
- Brei 9 steken en zet de 10e steek ongebreid op de rechter naald.
- Haal 1 steek uit de lus aan de linkerkant.
- Haal de ongebreide steek over de net opgehaalde lus (overhaling).
De overhaling:

Mijn manier is:
Zo verandert die dikke kam in een slanke V, zonder dat de kleur van de linkerkant zichtbaar is:
- Brei 11 steken recht en zet de 12e steek ongebreid op de rechter naald.
- Haal 1 steek uit de V-lus aan de linkerkant.
- Steek de naald van links naar rechts door zowel de net opgehaalde lus als de ongebreide steek.
- Brei deze 2 steken tezamen recht.

Op onderstaande foto zie je mooi het verschil tussen de twee werkwijzen:
- op het onderste deel zie je de dikke kam/richel met de 'doorschijnende' wol van de linkerkant wanneer je slechts een enkele overhaling doet (rode pijl)
- op het bovenste deel zie de slanke en platte V wanneer je de 2 steken samen breit (gele pijl):

Voor de achterkant van de deken maakt het niet veel uit.
De rode pijl is met de kam/richel en de gele pijl is met de slanke V:

De rode pijl is met de kam/richel en de gele pijl is met de slanke V:


simple comme bonjour, toch?


