Bij de tricotsteek brei je gewoonlijk de 1e toer (op de goede kant) alle steken recht door de rechternaald in de voorste lus van de steek op de linkernaald te steken, omslag (van rechts naar links), doorhalen en op de rechternaald te laten glijden.
Voor de 2e toer draai je het breiwerk een halve slag en brei je op de achterkant in averechte steek. Je breit vanaf de linkernaald naar de lege rechternaald totdat de linkernaald leeg is en alle steken op de rechternaald staan. Deze 2 toeren vormen de tricotsteek.
Op onderstaande wijze brei je de 1e toer van de tricotsteek gewoon recht, zoals hierboven omschreven. Maar aan het einde van de toer draai je het werk niet, je blijft de goede kant voor houden, en je breit de 2e toer recht door met de linkernaald in de achterste lus van de steek op de rechternaald te steken, omslag (van links naar rechts), doorhalen en op de linkernaald te laten afglijden.
Je breit als het ware "terug" of in spiegelbeeld: je breit vanaf de rechternaald naar de lege linkernaald totdat de rechternaald leeg is en alle steken op de linkernaald staan.
De werkdraad blijft altijd in de rechterhand.
Het klinkt ingewikkelder dan het is ...

